
Het
Onvergetelijke Klasavontuur
De XXXXX
2010 - 2011
Om de dingen te realiseren die we als klas doen tijdens ons Onvergetelijk Klasavontuur, moeten we zorgen dat we goed samenwerken en onze klas heel goed organiseren. Een duidelijke structuur en afspraken zijn dus nodig. Die structuur en afspraken van onze klas, maken we samen. De Freinettechnieken vormen daarbij de rode draad in onze werking. Misschien stel je je nu de vraag "Wie was Freinet?". Klik dan hier en lees een uitgebreid verslag over zijn leven. Op deze pagina kan je lezen hoe onze Freinetklas werkt.
In wat volgt, zullen we uitleg geven over:
- Het atomium van onze freinetwerking
- Kring
- De klassenraad: basis voor een democratische
klaswerking
- Klastaken en verantwoordelijkheden
- Planningen
- Klasinrichting en -organisatie
- Project en vrij onderzoek
- Correspondentie en externe communicatie
- Vrije teksten
- Toon-Leer-Momenten en Tekstbesprekingen
- Vrije expressie
- Instructiemomenten en werken met autocorrectief
materiaal
- Sociogram
- Meer info en links over Freinet
In een freinetklas gebeurt heel wat: kring, klassenraad, werken met vrije teksten, corresponderen, dingen onderzoeken, project uitwerken, leren plannen en nog veel meer. Al die dingen doen we niet als los van elkaar staande activiteiten. In tegendeel. Alles heeft met elkaar te maken. Om de structuur duidelijk te maken in dit geheel, hebben we een tekening. Die voorstelling noemen we ons "atomium". Net als bij het atomium te Brussel zijn de bollen, waarin wij onze freinettechnieken plaatsen, met elkaar verbonden. Om te zorgen dat het atomium niet kan omvallen, is er ook gezorgd voor een stevige, brede basis.

Wanneer de kinderen 's morgens de klas binnenkomen, begroeten zij eerst elkaar. De houding om elkaar een hand te geven als gebaar om elkaar een prettige dag te wensen, wordt sterk gestimuleerd in onze klas. Daaarna plaatst iedereen zich in de grote zitkring, een plaats waar iedereen comfortabel kan zitten en iedereen door iedereen gezien kan worden. De kring is immers het teken voor de onderlinge gelijkheid aan elkaar. Niemand is meer of minder waard dan een ander. Ook de leerkracht plaatst zich hier als gelijke tussen de leerlingen.
De kring is een zeer belangrijke peiler binnen de
Freinetwerking. Daar start de
dag, niet als warmloper maar als essentieel onderdeel van de werking. In
traditionele middens ziet men het kringgesprek ‘s morgens als het ideale moment
om aan groepsvorming (sociale vorming) te doen. Dat is het natuurlijk ook, maar
in onze visie is het veel meer dan dat.
Een kring kan niet louter beschouwd worden als het “wakker-worden-moment”, noch als een
koffieklets. Het is het moment waarop je, als leerkracht te weten komt wat er leeft
bij de kinderen en waarop je, door daar op in te spelen, een opstart geeft aan
projecten, opdrachten en allerlei leerinhouden. Maar dat gebeurt niet spontaan.
Daarvoor is interactie en actieve participatie van de leerkracht nodig. Door
gericht vragen te stellen, door in te spelen op wat gezegd wordt en zelfs door
mee te sturen, bekom je iets
helemaal anders dan een gezellige babbel. Het is een moment waarop we heel talig
bezig zijn.
Door “actief luisteren” en het respecteren van gespreksregels, ontstaat een
vruchtbare communicatie die vaak leidt tot nieuwe onderzoeken, activiteiten en
zelfs projecten.
Wanneer
kinderen aangeven dat iets hen bezig houdt, is dat het ideale moment om daar met
een ruimer onderzoek of een project op in te spelen. Kan dit niet omdat er al een project loopt, dan
wordt het in vele klassen “in de frigo” gestopt.
Er doen zich mogelijkheden te over om W.O. aan bod te laten komen. Die
“belangstellingscentra” moeten worden genoteerd, daar moet worden op ingespeeld.
Kinderen doen dat niet vanzelf. Het is de taak van de begeleider om daar op in
te spelen, om alert te zijn voor de signalen. Van klein naar groot kan ieder op
zijn manier met die spontane inbreng van kinderen aan de slag. Belangrijk is die
dingen te noteren zodat ze niet verloren gaan.
Sporadisch zal zelfs het rekenen aan bod komen. Maar W.O., taal, en
sociale attitudes trainen liggen iedere dag voor het rapen.
Een klaswerking die zo’n complex geheel van werkmogelijkheden en technieken toelaat, vraagt heel wat van zowel leerling als leerkracht. Om deze werking te kunnen realiseren, hebben beiden nood aan een zeer duidelijke organisatie. Omdat we vanuit onze freinetpedagogie geloven in een verdraagzame democratie, stellen we ons als leerkracht niet boven onze kinderen. De stabiele organisatie die we nodig hebben in onze klassen, kunnen we bovendien enkel realiseren door ze in samenspraak op te bouwen. In een freinetklas hebben leerkracht en leerling elkaar werkelijk nodig! De klassenraad brengt als organiserende vergadering iedereen als gelijken rond de tafel. De binding die hierdoor ontstaat, zal de klas in staat stellen grenzen te verleggen en te slagen waar vele andere groepen falen: samen werken en samenwerken.
Het verloop van een
klassenraad kunnen we in een aantal fasen indelen:
1.
De klassenraad wordt voor ‘geopend’ verklaard. Prullaria worden weggestoken,
volledige concentratie wordt gevraagd.
2.
Klasverantwoordelijke en gespreksleider lezen het verslag van de vorige
klassenraad voor. Bij elk punt kan gereageerd worden door eenvoudig het woord te
vragen. In principe wordt minstens één keer per week vergaderd. Een verslag
vermeldt nauwkeurig door wie het werd opgesteld, wie eventueel afwezig was, alle
afspraken die gemaakt werden en acties die moeten worden ondernomen door de
groep of leden ervan. De klasverantwoordelijke controleert of afspraken werden
nageleefd en de nodige acties werden ondernomen.
3.
De hoofdmoot van de vergadering bestaat uit het bespreken van de nieuwe
agendapunten. Kinderen en leerkracht verzamelen hun agendapunten op
afzonderlijke flappen of in een brievenbus. Bij het verwoorden van hun
agendapunten, leren we de kinderen spreken vanuit ik-zinnen (vb. “ik vond goed
dat...” “ik wil feliciteren omdat...” “ik vond niet zo leuk dat...” “ik voelde
me niet goed bij...” “ik stel voor...”), zodat communicatie niet rechtstreeks
aanvallend wordt naar anderen toe. De klassenraad moet immers een opbouwend
karakter hebben. Om deze reden worden ruzies tussen individuen ook buiten de
klassenraad besproken.
4.
Tijdens de klassenraad worden ook de nieuwe klastaken
verdeeld.
5.
Vooraleer de vergadering wordt afgesloten en het verslag
uitgetypt, krijgt iedereen tijdens een ‘slotrondje’ een laatste keer de kans om
nog iets toe te voegen.
De duur en de onderwerpen van een
klassenraad kunnen zeer uiteenlopend zijn. Van 20min. tot ruim een uur,
afhankelijk van wat er besproken wordt. De onderwerpen kunnen
betrekking hebben op:
-de organisatie van de klas (vb:
verdeling van beurtrollen aan computers, de uitvoering van klastaken, de
schikking van tafels,...)
-het productieve (vb: de uitwerking
van een project, acties die de klas organiseert, planning van uitstappen)
-het informatieve (vb: de leerkracht
die informeert over schoolse afspraken en evenementen, de afgevaardigde van de
kinderraad die verslag uitbrengt,...)

Klik
hier en
bekijk hoe een
werkplan
in onze klas eruit ziet. Hierop vinden de kinderen plaats om volgende zaken te
noteren:
- het weekschema
- brieven en toetsen om thuis te laten zien
- de te maken opdrachten of taken waar ze verantwoordelijk voor zijn
- vrije tekst(en)
- lessen, huiswerk, dingen om thuis aan te denken
Freinet heeft doorheen heel zijn levenswerk een sleutelrol toegekend aan de materiële, technische en opvoedkundige organisatie van klas en school. Zonder goed doordachte organisatie, liefst in samenspraak van leerkracht en leerlingen, hebben de opvoedkundige technieken immers geen kans op slagen. Een aangepaste, klasinrichting sluit hier uiteraard nauw bij aan met daarbij oog voor een zeer duidelijke structuur (in de vorm van hoeken, opbergruimte, takenborden, werkschema’s, pictogrammen, ...). Deze structuur moet voor de leerlingen in de eerste plaats functioneel zijn, doch zeker ook ordelijk en overzichtelijk voor iedereen. Uiteraard hoort bij een dynamische klaswerking een organisatie en klasinrichting die vlot aanpasbaar zijn.

Het echte leren vertrekt vanuit een vraag, een motivatie om te willen weten hoe iets werkt, in elkaar steekt, ontstaan is. Deze vragende houding proberen we te stimuleren in onze school vanaf de jongste kleuters tot aan het einde van de basisschool. Bovendien leren we de kinderen hoe je antwoorden kan vinden op deze vragen.
De stappen die gezet worden bij de uitwerking van een project kunnen als volgt worden ingedeeld:
0. Vooraf controleren:1. Vragen stellen & hypothesen formuleren (algemene vraag en motivatie, brainstorm, webschema opstellen, ordenen, rubriceren, subthema’s, “Dit weet ik al”-tekst,...)
2. Plannen (tijdspanne vastleggen, werkverdeling, eindproduct vastleggen, activiteiten plannen, te verzamelen materialen,...)|
Vertrekpunt: Een VRAAG |
Onderweg: ZOEKEN |
Aankomst: ANTWOORD vinden |
|
|
|
|
|
m Durf jezelf VRAGEN te stellen bij alles wat gebeurt op de wereldbol. Uit VRAGEN kan je leren! Of het nu gaat over landen, mensen, technologie, natuur, actualiteit, ver weg of dichtbij, vroeger of nu. m Slimme mensen stellen veel VRAGEN! Domme vragen bestaan niet. De enige domme vraag is de vraag die je niet stelt. m Een VRAAG is het vertrekpunt van elk werkstuk! m Je stelt in de loop van het schooljaar vragen uit verschillende domeinen. m Groepen worden gemaakt op basis van VRAGEN, niet op basis van vriend(inn)en. m Kijk bij elk werkstuk of er vragen uit de klassikale vragenlijst passen bij jouw werkstuk! |
m Samen ZOEKEN is leerrijker dan alleen: je leert zo van elkaar en je leert meteen ook samen te werken!
m
Je zal afwisselend bezig
zijn met: m Je zorgt dat je werkstuk af is binnen de afgesproken termijn!
|
m Je zorgt dat de nieuwe kennis die je opdoet onderweg, niet verloren gaat: je maakt een origineel geschreven of getypt werkstuk! m Een werkstuk is pas afgelopen als je je ANTWOORDEN ook hebt voorgesteld aan de rest van de klas. Zo kan iedereen van iedereen leren. m Momenten waarbij je in kleine groepjes kan werken, zullen dus afgewisseld worden door momenten met klassikale uitwisseling! |
Zoals we eerder zeiden, is het kring -gesprek
dat we elke ochtend voeren, één van onze belangrijkste
freinet -technieken. Tijdens die kring kunnen
alledaagse zaken aan bod komen, maar we er ook de vele dingen waarin we geboeid
zijn, leerrijk te maken voor de groep. Ter voorbereiding van de kring voeren we
daarom eigen onderzoekjes
over actualiteit, dieren, planten, tijd, ruimte, mens en gezondheid, een boek of
schrijver, milieu en bedreigde planeet, experimenten en technologie, kunst en
poëzie, proevertje (als je je kookkunsten wil delen met de klas), beroepen,
hobby's of sport.
In onze klas verzamelen de leerlingen
hun onderzoeken in een door henzelf gemaakte “werkbibliotheek” (cfr. de
“biliothèque de travail” bij Freinet). Deze
onderzoekjes geven antwoorden op
vragen die leven bij de kinderen en die voortvloeien uit gesprekken in de kring
of uit “ZO’s”. Een “ZO” staat in onze klas voor “Zoek-het-eens-op” en leidt
tot een diepgaander onderzaak i.f.v. een vraag.
Van elk onderzoekje maken we een
onderzoeksfiche. Elke fiche
bespreken we tijdens de tekstbesprekingen of de toon-leer-momenten alvorens ze
af te drukken. We printen elke fiche in drievoud: één fiche voor onze eigen
fichebak (onze werkbibliotheek, genoemd naar de "bibliothèque de travail" van
Freinet), één fiche voor leerkring Vicky (het
5de leerjaar van onze school) en één fiche voor onze
correspondentieklas.
Door de fiches uit te wisselen onder elkaar zien we onze werkbibliotheek extra
snel groeien.
Om zoveel mogelijk de grenzen van onze klas en zelfs school te doorbreken, treden we in dialoog met de wereld daarbuiten. Dit doen we op vele manier.
ü Binnen projectwerk proberen we ouders en externen (bv. specialisten in een bepaald onderwerp) te betrekken bij onze werking door hen uit te nodigen in de klas of door er zelf naartoe te gaanEigen aan de Freinettechnieken is de drukpers. In Freinet zijn tijd was het ongewoon en vooruitstrevend om met een drukpers in de klas te werken. Een belangrijke reden van het gebruik van zo’n drukpers was de mogelijkheid teksten te reproduceren zonder ze steeds te moeten overschrijven. De computer heeft in die zin voor een groot deel de drukpers vervangen. Toch bewijst de drukpers nog steeds zijn diensten. Kinderen beleven hun teksten doorheen manuele handelingen en worden erdoor uitgedaagd tot schitterend coöperatief werk en een kritische werkhouding.
In onze klas wordt tevens gewerkt met een “leesmuur”. Op dit prikbord prijken allerlei soorten teksten: vrije teksten die door de leerlingen werden geschreven, teksten door de leerlingen of door de leerkracht meegebracht omdat ze boeiend zijn, brieven, flyers, klaskranten,… De kinderen van de klas kunnen op al deze teksten reageren door een blaadje of post-it op de betreffende tekst te hangen met hun reactie. De leesmuur zorgt dus voorIn onze klas werden tijdens "Het Onvergetelijke
Klasavontuur" reeds verschillende boeken geschreven. Deze prachtige werken voor en door kinderen zijn het resultaat
van een intense klaswerking. De leerling bepaalden zelf alle stappen bij het
ontwikkelen van deze boeken:
- het schrijven van de teksten
- het nalezen en corrigeren van de teksten
- de lay-out bepalen
- illustratie ontwerpen
- een drukkerij aanspreken of het boek zelf drukken (De Wannapeace)
- reclame maken voor het boek en de verkoop organiseren
De tekstbesprekingen zijn de toon-leer-momenten voor alles wat als tekst te klas binnenkomt. Heel vaak zullen dit de vrije teksten van de kinderen zijn. Deze bespreking gaat eigenlijk heel eenvoudig in zijn werk. Maar zo eenvoudig als het is, zo ontzettend leerrijk is het ook. Een gekozen tekst wordt door de groep besproken. Hij wordt ‘vervolmaakt’ wat betreft helderheid, bedoeling van de jonge schrijver of schrijfster, logische opbouw en soms – maar zeker niet altijd – spelling. Dankzij de moderne media kunnen we teksten tegenwoordig projecteren met een beamer wat op zich een rijkdom aan mogelijkheden geeft als we willen werken rond de opmaak van een tekst.
Tijdens de tekstbespreking blijven de schrijvers wel zelf baas over hun eigen tekst. In een opbouwende, positieve sfeer trachten we de tekst beter te maken in de letterlijke zin van het woord. De leerlingen in de klas formuleren voorstellen hiertoe. De eigenaar van de tekst beslist uiteindelijk zelf hoe hij of zij de tekst aanpast. Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling dat de leerkracht zelf alle fouten uit de tekst haalt. De rol van de leerkracht bestaat erin het leerproces te bewaken. Concreet betekent dit dat hij het gesprek tijdens de tekstbespreking mee stuurt. Als je een tekst gaat bespreken kan je dat doen vanuit verschillende invalshoeken. Bij een gedicht kan het bijvoorbeeld leuk zijn om te werken rond de poëtische opbouw en de klank van woorden of zinnen. Bij een verhaal kan de logische verhaallijn uitgangspunt zijn. Fantasieverhalen zijn vaak interessant om te werken rond hoe je een verhaal nog spannender, nog grappiger, nog droeviger,… kan maken. Je zou ook kunnen werken rond hoe je eenzelfde verhaal op verschillende manieren kan lezen. Zo beland je automatisch bij lezen en dus ook bij leestekens. Een veelheid aan mogelijkheden dus, waarbij alle aspecten van Nederlands aan bod kunnen komen met daarbij nadrukkelijke aandacht voor het communicatieve aspect ervan.Juist leren schrijven is, hoewel belangrijk, slechts een onderdeel van de tekstbespreking. Tekstbesprekingen bestaan uit veel meer dan enkel spellingsonderricht. Uiteraard zullen heel wat tekstbesprekingen ook de juiste schrijfwijze van woorden en werkwoorden naar voor schuiven. We zullen echter nooit de tekst als geheel uit het oog verliezen. Dan doe je het verhaal immers onrecht aan…
De tekstbespreking draagt er zorg voor dat de kinderen gemotiveerd taal zullen leren omdat de taal niet langer dode letter is, maar iets wat van henzelf is. De kinderen gaan leren vanuit hun eigen teksten. We bespreken de taal hierin vanuit zijn totaliteit. Het is net als samen onderweg zijn op een heel leerrijk pad waarbij we voortdurend van elkaar leren. Tekstbespreking is daardoor een heel natuurlijke manier van taal leren.Voor de tekstbesprekingen komen alle vormen van tekst in aanmerking. Veel meer dan “vrije teksten” alleen. Een freinetklas zit vol teksten: mailtjes naar de correspondentieklas, teksten bij projecten, verslagen van de klassenraad, enzovoort. Op die manier is het haast ondenkbaar om zonder “grondstof” te zitten voor tekstbesprekingen. Taal is immers alom tegenwoordig en de tekstbespreking is de centrale spil in dit natuurlijke leerproces.
Net zoals we via de vrije teksten kinderen de kans bieden om uiting te geven aan
hun innerlijke gevoels- en belevingswereld, gebruiken we ook de techniek van de
vrije expressie voor dit doel. Bij de beeldende expressie laten we de
kinderen kennis maken met tal van materialen en technieken. De leerkracht speelt
hierin een belangrijke rol. Immers hoe rijker de kennis van de kinderen in
materialen en technieken, hoe ruimer de mogelijkheden voor het kind om zich uit
te drukken. Een goede klasorganisatie en duidelijke klasafspraken zijn
essentieel bij het creëren van expressiemogelijkheden. Opnieuw verwijzen naar de
rol van de klassenraad bij het maken van klasafspraken door en voor leerlingen.
Vaak zal deze expressie gebruikt worden om vrije teksten te illustreren.
Linosnedes, etsen, schilderijen, kleiwerkjes, houtskooltekeningen,
pentekeningen, aquarel of ecoline zijn slechts enkele technieken waarmee we aan
de slag gaan. Voor het etsen laten we ons professioneel begeleiden door Hedwig
Verheyen in Atelier 26. Interessant in verband met het werken met grafische
technieken zijn volgende sites:Het sociogram is een manier om in kaart te brengen hoe een (klas)groep in elkaar zit. Het sociogram geeft inzicht in de groepsstructuur van een klas op grond van gerichte vragen. Ze maakt een overzichtelijk beeld over de relaties en interacties in de klas en over de aantrekking en afstoting tussen de kinderen in de klas. Wie zijn populair in de groep? Met wie werkt men graag samen? Wie vallen buiten de groep? ... Een sociogram zorgt voor achtergrondinformatie voor de leerkracht. Ze dient niet om rechtstreeks in te grijpen, wel om er rekening mee te houden en op deze manier eventueel indirect er invloed op uit te oefenen.
Misschien stel je je nu de vraag "Wie
was Freinet?". Klik dan hier en lees een
uitgebreid verslag over zijn leven.
Extra informatie vindt u op volgende externe links:
www.freinet.be
www.freinetschool.be
www.freinet.nl
http://www.fimem-freinet.org/
http://www.amisdefreinet.org/
http://www.icem-pedagogie-freinet.org/
www.freinetbewegingvlaanderen.be
www.digifreinet.be
http://freinetscholenblog.blogspot.com
http://delphine.lafon.free.fr/spip.php?rubrique1
http://www.icem-pedagogie-freinet.org/icem-info/une-histoire/freinet
http://www.ordiecole.com/freinet.html
http://users.belgacom.net/PI-IP/IPteksten/TIP-archief/TIP_1_pp_48_51.pdf
http://web.educom.pt/pr2022/textos/FOury.htm
http://www.democratischeschool.org/article.php3?id_article=42
"Het Onvergetelijke Klasavontuur" is een realisatie van
freinetschool De Kring te Antwerpen Berchem (www.de-kring.com).
Dit unieke kinderboek door en voor kinderen is een project dat gemaakt werd
volgens de inzichten van Freinet en de
institutionele pedagogie ( klik hier voor uitleg over hoe
we werken in onze klas; klik hier voor uitleg over de persoon
Freinet; klik hier voor meer
externe links met extra info over
Freinet ) .
-