freinet kinderboek Berchemfreinetschool methodeschool kinderliteratuurHet Onvergetelijke Klasavontuur
    
De XXXXX

20
10 - 2011

Zo werkt onze Freinetklas

Om de dingen te realiseren die we als klas doen tijdens ons Onvergetelijk Klasavontuur, moeten we zorgen dat we goed samenwerken en onze klas heel goed organiseren. Een duidelijke structuur en afspraken zijn dus nodig. Die structuur en afspraken van onze klas, maken we samen. De Freinettechnieken vormen daarbij de rode draad in onze werking. Misschien stel je je nu de vraag "Wie was Freinet?". Klik dan hier en lees een uitgebreid verslag over zijn leven. Op deze pagina kan je lezen hoe onze Freinetklas werkt.

In wat volgt, zullen we uitleg geven over:
- Het atomium van onze freinetwerking
- Kring
- De klassenraad: basis voor een democratische klaswerking
- Klastaken en verantwoordelijkheden
- Planningen
- Klasinrichting en -organisatie
- Project en vrij onderzoek
- Correspondentie en externe communicatie
- Vrije teksten
- Toon-Leer-Momenten en Tekstbesprekingen
- Vrije expressie
- Instructiemomenten en werken met autocorrectief materiaal
- Sociogram
- Meer info en links over Freinet
 

Het atomium van onze freinetwerking

In een freinetklas gebeurt heel wat: kring, klassenraad, werken met vrije teksten, corresponderen, dingen onderzoeken, project uitwerken, leren plannen en nog veel meer.  Al die dingen doen we niet als los van elkaar staande activiteiten. In tegendeel. Alles heeft met elkaar te maken. Om de structuur duidelijk te maken in dit geheel, hebben we een tekening. Die voorstelling noemen we ons "atomium". Net als bij het atomium te Brussel zijn de bollen, waarin wij onze freinettechnieken plaatsen, met elkaar verbonden. Om te zorgen dat het atomium niet kan omvallen, is er ook gezorgd voor een stevige, brede basis.

ü  De klassenraad is de basis van heel de klasorganisatie. In deze democratische vergadering met leerkracht en leerlingen als gelijkwaardige participanten worden de organisatie van de klas besproken, afspraken gemaakt en plannen besproken. Het welslagen van een evenwichtige klaswerking staat of valt immers bij een goede organisatie. In onze school geloven we dat deze organisatie pas echt kans op slagen heeft als ze is opgebouwd en voortdurend bijgestuurd door leerkracht en leerlingen samen.
ü 
De freinettechnieken staan niet als afzonderlijke technieken op zich. Ze zijn dialectisch met elkaar verbonden. In de kring kunnen ideeën ontstaan voor projecten, vrije teksten kunnen inspirerend werken voor expressie, een brief van de correspondentieklas kan aanleiding geven voor nieuw onderzoek, projectwerk kan opgestuurd naar de correspondentiekas of in een klaskrant of website geplaatst,...
ü 
De toon-leer-momenten en tekstbesprekingen nemen een centrale plaats in binnen het geheel van freinettechnieken. Teksten worden bij alle technieken gebruikt en dit in vele vormen: van verhaal of gedicht tot brief of verslag. Tekstbesprekingen zorgen ervoor dat deze teksten op een hoger leerniveau worden gebracht, dat ze een enorm rijke natuurlijke bron worden om uit te leren. Ze vormen een zeer belangrijke peiler binnen het levend taalonderwijs. Vele doelen uit het leerplan Nederlands komen er aanbod, met daarbij alle domeinen in acht genomen en zeker niet beperkt tot spelling.  Het is logisch dat we tekstbesprekingen veelvuldig laten voorkomen in ons weekplan.
Bij toon-leer-momenten proberen we net als bij de tekstbesprekingen, te leren uit wat getoond wordt. Het nadenken over aspecten van wat getoond wordt, het verwoorden van wat we hieruit kunnen leren, het synthetiseren en het vastleggen van deze kennis staan hierbij centraal. Bij deze toon-leer-momenten kunnen alle domeinen aan bod komen. Tegelijkertijd zal een geslaagd toon-leer-moment vaak een bron zijn voor nieuw of verdergaand onderzoek tijdens de werktijden.

ü 
De instructiemomenten en het werken met autocorrectief materiaal zijn bij wijze van spreken, de zuurstof tussen de bollen van het atomium. Ze ondersteunen het werk in de klas. Ze dienen om zo efficiënt mogelijk het leerproces te dienen want ook hier telt zeker “niet het werk om het werk”.
ü 
Tot slot voorzien we in onze schematische voorstelling een “boog” die het atomium beschermt:
- door het laten opnemen van verantwoordelijkheden door de leerlingen,  
- door een goede planning (zowel individueel als klassikaal),
- door een doordachte klasinrichting en –organisatie
- door inzicht in de groepsdynamica te verkrijgen via het sociogram

Kring

Wanneer de kinderen 's morgens  de klas binnenkomen, begroeten zij eerst elkaar. De houding om elkaar een hand te geven als gebaar om elkaar een prettige dag te wensen, wordt sterk gestimuleerd in onze klas. Daaarna plaatst iedereen zich in de grote zitkring, een plaats waar iedereen comfortabel kan zitten en iedereen door iedereen gezien kan worden. De kring is immers het teken voor de onderlinge gelijkheid aan elkaar. Niemand is meer of minder waard dan een ander. Ook de leerkracht plaatst zich hier als gelijke tussen de leerlingen.

De kring is een zeer belangrijke peiler binnen de Freinetwerking. Daar start de dag, niet als warmloper maar als essentieel onderdeel van de werking. In traditionele middens ziet men het kringgesprek ‘s morgens als het ideale moment om aan groepsvorming (sociale vorming) te doen. Dat is het natuurlijk ook, maar in onze visie is het veel meer dan dat. Een kring kan niet louter beschouwd worden als het “wakker-worden-moment”, noch als een koffieklets. Het is het moment waarop je, als leerkracht te weten komt wat er leeft bij de kinderen en waarop je, door daar op in te spelen, een opstart geeft aan projecten, opdrachten en allerlei leerinhouden. Maar dat gebeurt niet spontaan. Daarvoor is interactie en actieve participatie van de leerkracht nodig. Door gericht vragen te stellen, door in te spelen op wat gezegd wordt en zelfs door mee te sturen, bekom je iets helemaal anders dan een gezellige babbel. Het is een moment waarop we heel talig bezig zijn. Door “actief luisteren” en het respecteren van gespreksregels, ontstaat een vruchtbare communicatie die vaak leidt tot nieuwe onderzoeken, activiteiten en zelfs projecten.

Wanneer kinderen aangeven dat iets hen bezig houdt, is dat het ideale moment om daar met een ruimer onderzoek of een project op in te spelen. Kan dit niet omdat er al een project loopt, dan wordt het in vele klassen “in de frigo” gestopt. Er doen zich mogelijkheden te over om W.O. aan bod te laten komen. Die “belangstellingscentra” moeten worden genoteerd, daar moet worden op ingespeeld. Kinderen doen dat niet vanzelf. Het is de taak van de begeleider om daar op in te spelen, om alert te zijn voor de signalen. Van klein naar groot kan ieder op zijn manier met die spontane inbreng van kinderen aan de slag. Belangrijk is die dingen te noteren zodat ze niet verloren gaan.
Sporadisch zal zelfs het rekenen aan bod komen. Maar W.O., taal, en sociale attitudes trainen liggen iedere dag voor het rapen.

De klassenraad: basis voor een democratische klaswerking


In een freinetklas gebeurt heel wat: elke dag beginnen we met een kring, planningen worden opgesteld, taken worden verdeeld, vrije teksten worden geschreven en tijdens tekstbesprekingen besproken, projecten worden uitgewerkt, sommigen werken aan de computer, anderen volgen een instructieles, sommigen werken individueel of in kleine groep aan een werktijd, er is de stille werktijd, de ene moment zijn we creatief bezig, de andere moment zoeken we dingen op,...  Teveel om op te noemen.

Een klaswerking die zo’n complex geheel van  werkmogelijkheden en technieken toelaat, vraagt heel wat van zowel leerling als leerkracht. Om deze werking te kunnen realiseren, hebben beiden nood aan een zeer duidelijke organisatie. Omdat we vanuit onze freinetpedagogie geloven in een verdraagzame democratie, stellen we ons als leerkracht niet boven onze kinderen. De stabiele organisatie die we nodig hebben in onze klassen, kunnen we bovendien enkel realiseren door ze in samenspraak op te bouwen. In een freinetklas hebben leerkracht en leerling elkaar werkelijk nodig! De klassenraad brengt als organiserende vergadering iedereen als gelijken rond de tafel. De binding die hierdoor ontstaat, zal de klas in staat stellen grenzen te verleggen en te slagen waar vele andere groepen falen: samen werken en samenwerken.

Het verloop van een klassenraad kunnen we in een aantal fasen indelen:
1.
     De klassenraad wordt voor ‘geopend’ verklaard. Prullaria worden weggestoken, volledige concentratie wordt gevraagd.
2.
     Klasverantwoordelijke en gespreksleider lezen het verslag van de vorige klassenraad voor. Bij elk punt kan gereageerd worden door eenvoudig het woord te vragen. In principe wordt minstens één keer per week vergaderd. Een verslag vermeldt nauwkeurig door wie het werd opgesteld, wie eventueel afwezig was, alle afspraken die gemaakt werden en acties die moeten worden ondernomen door de groep of leden ervan. De klasverantwoordelijke controleert of afspraken werden nageleefd en de nodige acties werden ondernomen.
3.
     De hoofdmoot van de vergadering bestaat uit het bespreken van de nieuwe agendapunten. Kinderen en leerkracht verzamelen hun agendapunten op afzonderlijke flappen of in een brievenbus. Bij het verwoorden van hun agendapunten, leren we de kinderen spreken vanuit ik-zinnen (vb. “ik vond goed dat...” “ik wil feliciteren omdat...” “ik vond niet zo leuk dat...” “ik voelde me niet goed bij...” “ik stel voor...”), zodat communicatie niet rechtstreeks aanvallend wordt naar anderen toe. De klassenraad moet immers een opbouwend karakter hebben. Om deze reden worden ruzies tussen individuen ook buiten de klassenraad besproken.
4.
     Tijdens de klassenraad worden ook de nieuwe klastaken verdeeld.
5.
     Vooraleer de vergadering wordt afgesloten en het verslag uitgetypt, krijgt iedereen tijdens een ‘slotrondje’ een laatste keer de kans om nog iets toe te voegen.

De duur en de onderwerpen van een klassenraad kunnen zeer uiteenlopend zijn. Van 20min. tot ruim een uur, afhankelijk van wat er besproken wordt. De onderwerpen kunnen betrekking hebben op:
-de organisatie van de klas (vb: verdeling van beurtrollen aan computers, de uitvoering van klastaken, de schikking van tafels,...)
-het productieve (vb: de uitwerking van een project, acties die de klas organiseert, planning van uitstappen)
-het informatieve (vb: de leerkracht die informeert over schoolse afspraken en evenementen, de afgevaardigde van de kinderraad die verslag uitbrengt,...)

Klastaken en Verantwoordelijkheden


Om onze kinderen op te voeden tot verantwoordelijke burgers, is het belangrijk om hen verantwoordelijkheden toe te kennen binnen onze klassen. Deze taken zijn echter geen vrijblijvende opdrachtjes of bezigheden zonder waarde. Het zijn daarentegen noden binnen elke klas die groeien vanuit de dynamische klaswerking. Omdat de klassenraad de organisatie van de klas regelt, groeien nieuwe klastaken meestal vanuit deze vergadering. In de loop van een schooljaar kunnen er nieuwe verantwoordelijkheden ontstaan en klastaken die niet langer nodig zijn, verdwijnen. Het spreekt voor zich dat het overzicht aan klastaken verschilt klas tot klas.

In onze klas kennen we o.a. volgende klastaken:
1. Klasverantwoordelijke + Voorzitter
klassenraad + Zieken vervangen
2. Controle planningen + Postbode
2. Gespreksleider + Secretaris
klassenraad
3. Afwasser 1 + Thee en drank 1
4. Afwasser 2 + Thee en drank 2
5. Afwasser 3 + badje handen wassen + Vuilnisbakken en orde
6. Verantwoordelijke drukpers + Planten en dieren + Raam opendoen speeltijd + Computers uitzetten
7. Hoofdredacteur klaskrant
8. Journalist 1 klaskrant
9. Journalist 2 klaskrant
10. Journalist 3 klaskrant
11. Verantwoordelijke website 1
12. Verantwoordelijke website 2
13. Correspondentie en wekelijkse brief 1
14. Correspondentie en wekelijkse brief 2

Planningen


Naast de vaste instructiemomenten voor taal, wiskunde,… kennen wij ook de zelfstandige of stille werktijd. Tijdens de stille werktijd kunnen de kinderen zelfstandig of in kleine groepjes de instructie verwerken. Dit doen de kinderen a.d.h.v. hun werkplan.
Op het werkplan staan de verschillende werktijden (o.a. taal, wiskunde, project,…). De kinderen bepalen zelf welke activiteit/opdracht ze wanneer uitvoeren. Door deze manier van zelfstandig werken wordt hun betrokkenheid vergroot.
De kinderen worden aangespoord om zelfstandig en taakgericht te leren werken.
De kinderen verbeteren  hun werk zelf met verbetersleutels, zodat ze van hun eigen fouten kunnen leren. Nadien wordt hun werk besproken en geëvalueerd samen met de leerkracht.
Naast het zelfstandig uitvoeren van taken, moeten ze deze ook leren plannen binnen een vooropgestelde tijd. Zo leren de kinderen hun werk bewust plannen.

Klik hier en bekijk hoe een werkplan in onze klas eruit ziet. Hierop vinden de kinderen plaats om volgende zaken te noteren:
- het weekschema
- brieven en toetsen om thuis te laten zien
- de te maken opdrachten of taken waar ze verantwoordelijk voor zijn
- vrije tekst(en)
- lessen, huiswerk, dingen om thuis aan te denken

Klasinrichting en –organisatie

Freinet heeft doorheen heel zijn levenswerk een sleutelrol toegekend aan de materiële, technische en opvoedkundige organisatie van klas en school. Zonder goed doordachte organisatie, liefst in samenspraak van leerkracht en leerlingen, hebben de opvoedkundige technieken immers geen kans op slagen. Een aangepaste, klasinrichting sluit hier uiteraard nauw bij aan met daarbij oog voor een zeer duidelijke structuur (in de vorm van hoeken, opbergruimte, takenborden, werkschema’s, pictogrammen, ...). Deze structuur moet voor de leerlingen in de eerste plaats functioneel zijn, doch zeker ook ordelijk en overzichtelijk voor iedereen. Uiteraard hoort bij een dynamische klaswerking een organisatie en klasinrichting die vlot aanpasbaar zijn.

Project

Het echte leren vertrekt vanuit een vraag, een motivatie om te willen weten hoe iets werkt, in elkaar steekt, ontstaan is. Deze vragende houding proberen we te stimuleren in onze school vanaf de jongste kleuters tot aan het einde van de basisschool. Bovendien leren we de kinderen hoe je antwoorden kan vinden op deze vragen.

De stappen die gezet worden bij de uitwerking van een project kunnen als volgt worden ingedeeld:

0.    Vooraf controleren:
       - Is de vraag nieuw voor de groep?
       - Is het project haalbaar?
       - Kan er voldoende geleerd worden uit het nieuwe project?
       - Voelt iedereen zich voldoende betrokken bij het nieuwe project?

1.    Vragen stellen & hypothesen formuleren (algemene vraag en motivatie, brainstorm, webschema opstellen, ordenen, rubriceren, subthema’s, “Dit weet ik al”-tekst,...)

2.    Plannen (tijdspanne vastleggen, werkverdeling, eindproduct vastleggen, activiteiten plannen, te verzamelen materialen,...)
3.    Verzamelen (Leerkracht, kinderen en ouders verzamelen materialen rond het onderwerp van het project, gaan naar de bibliotheek, zoeken informatie op het internet, plannen mogelijke uitstappen, nodigen mensen uit, … )
4.
    Onderzoeken (zie onderstaand schema)
5.
    Verwerken / Synthetiseren (tijdlijn, kaartlezen, determinatietabellen, tabellen lezen, woordenboek gebruiken, registers gebruiken, leren opzoeken, encyclopedie leren gebruiken,...)
6.
    Voorstellen / Uitwisselen (boekje, Powerpoint-presentatie, klaswebsite, correspondentieklas, toneel, muziek, creatieve activiteit, tentoonstelling, museum, spel of quiz,...)
7.
    Evaluatie (Aan het einde van een project wordt zowel het resultaat als het proces door de leerkracht en kinderen geëvalueerd.  Werd het einddoel bereikt?  Hebben we een antwoord op onze vragen?
8.
    Ook het welbevinden en de betrokkenheid worden geëvalueerd.  Hoe was de samenwerking?  Wat verliep er goed, wat kon beter?  Hebben we van elkaar kunnen leren?   Was er voldoende inbreng van iedereen? enz.)
 

Vertrekpunt:

Een VRAAG

Onderweg:

ZOEKEN 

Aankomst:

ANTWOORD vinden

MCj02502240000[1]

j0250392[1]

j0239221[1]j0281206[1]

m  Durf jezelf VRAGEN te stellen bij alles wat gebeurt op de wereldbol.  Uit VRAGEN kan je leren!  Of het nu gaat over landen, mensen, technologie, natuur, actualiteit, ver weg of dichtbij, vroeger of nu.

m  Slimme mensen stellen veel VRAGEN! Domme vragen bestaan niet.  De enige domme vraag is de vraag die je niet stelt.

m  Een VRAAG is het vertrekpunt van elk werkstuk!

m  Je stelt in de loop van het schooljaar vragen uit verschillende domeinen.

m  Groepen worden gemaakt op basis van VRAGEN, niet op basis van vriend(inn)en.

m  Kijk bij elk werkstuk of er vragen uit de klassikale vragenlijst passen bij jouw werkstuk!

m  Samen ZOEKEN is leerrijker dan alleen:  je leert zo van elkaar en je leert meteen ook samen te werken!

m  Je zal afwisselend bezig zijn met:
- actief zelf informatie opzoeken
- de resultaten opschrijven of uittypen
- vertellen aan de anderen van je groep wat je gelezen of geleerd hebt
- luisteren naar wat anderen gelezen of geleerd hebben

m  Je zorgt dat je werkstuk af is binnen de afgesproken termijn!

 

m  Je zorgt dat de nieuwe kennis die je opdoet onderweg, niet verloren gaat:  je maakt een origineel geschreven of getypt werkstuk!

m  Een werkstuk is pas afgelopen als je je ANTWOORDEN ook hebt voorgesteld aan de rest van de klas.  Zo kan iedereen van iedereen leren.

m  Momenten waarbij je in kleine groepjes kan werken, zullen dus afgewisseld worden door momenten met klassikale uitwisseling!


Een project kan in verschillende vormen gerealiseerd worden. Alle vaardigheden die de leerlingen de voorbije jaren leerden, worden aangesproken en verder geoefend. Extra aandacht gaat naar het plannen, het leren opzoeken en verwerken. Het onderzoeksveld waarbinnen de projecten verlopen, wordt steeds ruimer. De leerkracht bewaakt daarom mee dat alle leerdomeinen evenwichtig aan bod komen. Hiervoor zijn o.a. een aantal veiligheidsmechanismen ingebouwd in de werking: aanstiplijsten voor keuzes i.f.v. project, de projectplanning,...
Nieuw in de derde graad is de uitwisseling met correspondentieklas. Deze correspondentie werkt wederzijds verrijkend.  Alle onderzoeksfiches worden uitgewisseld met de andere klas en met de correspondentieklassen.

Vrij onderzoek

Zoals we eerder zeiden, is het kring -gesprek dat we elke ochtend voeren, één van onze belangrijkste freinet -technieken. Tijdens die kring kunnen alledaagse zaken aan bod komen, maar we er ook de vele dingen waarin we geboeid zijn, leerrijk te maken voor de groep. Ter voorbereiding van de kring voeren we daarom eigen onderzoekjes over actualiteit, dieren, planten, tijd, ruimte, mens en gezondheid, een boek of schrijver, milieu en bedreigde planeet, experimenten en technologie, kunst en poëzie, proevertje (als je je kookkunsten wil delen met de klas), beroepen, hobby's of sport.
In onze klas verzamelen de leerlingen hun onderzoeken in een door henzelf gemaakte “werkbibliotheek” (cfr. de “biliothèque de travail” bij Freinet). Deze onderzoekjes geven antwoorden op vragen die leven bij de kinderen en die voortvloeien uit gesprekken in de kring of uit “ZO’s”. Een “ZO” staat in onze klas voor “Zoek-het-eens-op” en leidt tot een diepgaander onderzaak i.f.v. een vraag.
Van elk onderzoekje maken we een onderzoeksfiche. Elke fiche bespreken we tijdens de tekstbesprekingen of de toon-leer-momenten alvorens ze af te drukken. We printen elke fiche in drievoud: één fiche voor onze eigen fichebak (onze werkbibliotheek, genoemd naar de "bibliothèque de travail" van Freinet), één fiche voor leerkring Vicky (het 5de leerjaar van onze school) en één fiche voor onze correspondentieklas. Door de fiches uit te  wisselen onder elkaar zien we onze werkbibliotheek extra snel groeien.

Correspondentie en Externe communicatie

Om zoveel mogelijk de grenzen van onze klas en zelfs school te doorbreken, treden we in dialoog met de wereld daarbuiten. Dit doen we op vele manier.

ü  Binnen projectwerk proberen we ouders en externen (bv. specialisten in een bepaald onderwerp) te betrekken bij onze werking door hen uit te nodigen in de klas of door er zelf naartoe te gaan 
ü  Werk dat we maken in de klas, delen we met ouders en de andere leerlingen van onze school via onze klaskrant;
ü  We delen de activiteiten en het werk dat we doen in onze klassen ook met de ruimere gemeenschap via deze klaswebsite of die van de school www.de-kring.com.
ü 
Door op regelmatige basis via mail en via de post te corresponderen de klas van Val uit Villa Zonnebloem, zorgen onze klassen voor een wederzijdse kruisbestuiving. Deze correspondentie brengt extra op wanneer de klassen elkaar ook door echte ontmoetingen leren kennen.
ü 
Aansluitend bij de correspondentie leren ook leerkrachten op hun niveau van elkaar door te visiteren,te overleggen  en uit te wisselen i.f.v. elkaars klaswerking

Vrije Teksten


Kinderen tekenen en schrijven vanuit hun eigen ervaringen en belevingen. "Vrij" kan men in enge zin beschouwen als het zelf kunnen kiezen van onderwerp en tijdstip om te werken aan teksten. In die zin zouden vrije teksten niet meer zijn dan opstellen zonder onderwerp. In de Freinetpedagogie zat het grote belang van de vrije teksten in het "vrijmakende" aspect ervan. Het omzetten van gedachten in tekst zorgt voor een omzetting in waarde en brengt ze naar een hoger intelligentieniveau. Vooral voor de innerlijke gevoelswereld kan deze omzetting bevrijdend werken. Het onderbewuste is daarom zeker werkzaam in deze teksten. Kinderen kunnen immers via tekeningen en teksten hun diepere gevoelens prijsgeven en deze ook leren kanaliseren. De klasgroep en de leerkracht zorgen ervoor dat met de teksten zinvol gewerkt wordt. Illustraties bij teksten kunnen in de vorm van een tekening, een linosnede of kunstwerk.

Eigen aan de Freinettechnieken is de drukpers. In Freinet zijn tijd was het ongewoon en vooruitstrevend om met een drukpers in de klas te werken. Een belangrijke reden van het gebruik van zo’n drukpers was de mogelijkheid teksten te reproduceren zonder ze steeds te moeten overschrijven. De computer heeft in die zin voor een groot deel de drukpers vervangen. Toch bewijst de drukpers nog steeds zijn diensten. Kinderen beleven hun teksten doorheen manuele handelingen en worden erdoor uitgedaagd tot schitterend coöperatief werk en een kritische werkhouding. 

In onze klas wordt tevens gewerkt met een “leesmuur”. Op dit prikbord prijken allerlei soorten teksten: vrije teksten die door de leerlingen werden geschreven, teksten door de leerlingen of door de leerkracht meegebracht omdat ze boeiend zijn, brieven, flyers, klaskranten,… De kinderen van de klas kunnen op al deze teksten reageren door een blaadje of post-it op de betreffende tekst te hangen met hun reactie. De leesmuur zorgt dus voor
- een rijker aanbod aan teksten in de klas,
- stimuleert leerlingen om te schrijven en te lezen,
- biedt kansen om tekstbesprekingen te laten vertrekken vanuit het positieven “Wat maakt deze tekst boeiend, grappig, fantasierijk, levendig, triest, origineel,…?” 

In onze klas werden tijdens "Het Onvergetelijke Klasavontuur" reeds verschillende boeken geschreven. Deze prachtige werken voor en door kinderen zijn het resultaat van een intense klaswerking. De leerling bepaalden zelf alle stappen bij het ontwikkelen van deze boeken:
- het schrijven van de teksten
- het nalezen en corrigeren van de teksten
- de lay-out bepalen
- illustratie ontwerpen
- een drukkerij aanspreken of het boek zelf drukken (De Wannapeace)
- reclame maken voor het boek en de verkoop organiseren
 

Klik hier en bewonder de vrije teksten van onze klas.

Toon-Leer-Momenten & Tekstbesprekingen


Bij toon-leer-momenten proberen we net als bij de tekstbesprekingen, te leren uit wat getoond wordt. Het nadenken over aspecten van wat getoond wordt, het verwoorden van wat we hieruit kunnen leren, het synthetiseren en het vastleggen van deze kennis staan hierbij centraal. Bij deze toon-leer-momenten kunnen alle domeinen aan bod komen. Tegelijkertijd zal een geslaagd toon-leer-moment vaak een bron zijn voor nieuw of verdergaand onderzoek tijdens de werktijden. Toon-leer-momenten zorgen voor zeer stevige ankerpunten in het leerproces van onze werking en vormen tegelijkertijd een sterke, dynamische kracht in dit proces. 

De tekstbesprekingen zijn de toon-leer-momenten voor alles wat als tekst te klas binnenkomt. Heel vaak zullen dit de vrije teksten van de kinderen zijn. Deze bespreking gaat eigenlijk heel eenvoudig in zijn werk. Maar zo eenvoudig als het is, zo ontzettend leerrijk is het ook. Een gekozen tekst wordt door de groep besproken. Hij wordt ‘vervolmaakt’ wat betreft helderheid, bedoeling van de jonge schrijver of schrijfster, logische opbouw en soms – maar zeker niet altijd – spelling.  Dankzij de moderne media kunnen we teksten tegenwoordig projecteren met een beamer wat op zich een rijkdom aan mogelijkheden geeft als we willen werken rond de opmaak van een tekst.  

Tijdens de tekstbespreking blijven  de schrijvers wel zelf baas over hun eigen tekst. In een opbouwende, positieve sfeer trachten we de tekst beter te maken in de letterlijke zin van het woord. De leerlingen in de klas formuleren voorstellen hiertoe. De eigenaar van de tekst beslist uiteindelijk zelf hoe hij of zij de tekst aanpast. Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling dat de leerkracht zelf alle fouten uit de tekst haalt. De rol van de leerkracht bestaat erin het leerproces te bewaken. Concreet betekent dit dat hij het gesprek tijdens de tekstbespreking mee stuurt. Als je een tekst gaat bespreken kan je dat doen vanuit verschillende invalshoeken. Bij een gedicht kan het bijvoorbeeld leuk zijn om te werken rond de poëtische opbouw en de klank van woorden of zinnen. Bij een verhaal kan de logische verhaallijn uitgangspunt zijn. Fantasieverhalen zijn vaak interessant om te werken rond hoe je een verhaal nog spannender, nog grappiger, nog droeviger,… kan maken. Je zou ook kunnen werken rond hoe je eenzelfde verhaal op verschillende manieren kan lezen. Zo beland je automatisch bij lezen en dus ook bij leestekens. Een veelheid aan mogelijkheden dus, waarbij alle aspecten van Nederlands aan bod kunnen komen met daarbij nadrukkelijke aandacht voor het communicatieve aspect ervan.  

Juist leren schrijven is, hoewel belangrijk, slechts een onderdeel van de tekstbespreking. Tekstbesprekingen bestaan uit veel meer dan enkel spellingsonderricht. Uiteraard zullen heel wat tekstbesprekingen ook de juiste schrijfwijze van woorden en werkwoorden naar voor schuiven. We zullen echter nooit de tekst als geheel uit het oog verliezen. Dan doe je het verhaal immers onrecht aan… 

De tekstbespreking draagt er zorg voor dat de kinderen gemotiveerd taal zullen leren omdat de taal niet langer dode letter is, maar iets wat van henzelf is. De kinderen gaan leren vanuit hun eigen teksten. We bespreken de taal hierin vanuit zijn totaliteit. Het is net als samen onderweg zijn op een heel leerrijk pad waarbij we voortdurend van elkaar leren. Tekstbespreking is daardoor een heel natuurlijke manier van taal leren. 

Voor de tekstbesprekingen komen alle vormen van tekst in aanmerking. Veel meer dan “vrije teksten” alleen. Een  freinetklas zit vol teksten: mailtjes naar de correspondentieklas, teksten bij projecten, verslagen van de klassenraad, enzovoort. Op die manier is het haast ondenkbaar om zonder “grondstof” te zitten voor tekstbesprekingen. Taal is immers alom tegenwoordig en de tekstbespreking is de centrale spil in dit natuurlijke leerproces. 

Vrije Expressie


Net zoals we via de vrije teksten kinderen de kans bieden om uiting te geven aan hun innerlijke gevoels- en belevingswereld,  gebruiken we ook de techniek van de vrije expressie voor dit doel. Bij de beeldende expressie laten we de kinderen kennis maken met tal van materialen en technieken. De leerkracht speelt hierin een belangrijke rol. Immers hoe rijker de kennis van de kinderen in materialen en technieken, hoe ruimer de mogelijkheden voor het kind om zich uit te drukken. Een goede klasorganisatie en duidelijke klasafspraken zijn essentieel bij het creëren van expressiemogelijkheden. Opnieuw verwijzen naar de rol van de klassenraad bij het maken van klasafspraken door en voor leerlingen. Vaak zal deze expressie gebruikt worden om vrije teksten te illustreren. Linosnedes, etsen, schilderijen, kleiwerkjes, houtskooltekeningen, pentekeningen, aquarel of ecoline zijn slechts enkele technieken waarmee we aan de slag gaan. Voor het etsen laten we ons professioneel begeleiden door Hedwig Verheyen in Atelier 26. Interessant in verband met het werken met grafische technieken zijn volgende sites:
- Een eigen lettertype ontwerpen http://www.fontcapture.com
- Vrijdag Grafisch http://www.vrijdag.be (site van onze vrienden die ons helpen bij het "layouten" van onze boeken!)
- Atelier 26 http://atelier26.50webs.com/ (zeer mooie site van het atelier van Hedwig Verheyen waar we al 2 jaar naartoe gingen om te leren etsen!)
- Museum Plantin-Moretus http://museum.antwerpen.be/plantin_moretus/
- Verzamelsite Vlaamse Illustratoren http://www.vlaamse-illustratoren.com
- Illustrator Tom Goovaerts http://www.tomcartoon.be
- Illustrator Tom Hautekiet http://www.tomhautekiet.com
- Historische Drukkerij (Turnhout) http://www.historischedrukkerij.be
- Wat is een afdruk? http://www.moma.org/interactives/projects/2001/whatisaprint/flash.html (Engelstalige maar zeer interessante site over hoe afdrukken gemaakt kunnen worden)

Instructiemomenten en werken met autocorrectief materiaal


Binnen het geheel van Freinettechnieken willen we het belang van goed georganiseerde en geplande instructiemomenten niet onderschatten. Ze vormen een noodzakelijke ondersteuning bij het zelfstandig werk. Hoewel we geregeld uitgaan van het experimenteel zelf ontdekken, speelt de begeleide instructie een niet te onderschatten rol. Hierbij vormen een handleidingen een leidraad die we niet slaafs maar met de nodige inzichten volgen. Deze leidraden geven leerkracht en leerlingen de nodige houvast. Voor wiskunde wordt Rekensprong als handboek gebruikt in de lagere school. Voor Frans laten we ons begeleiden door de methode "Francofan".
Autocorrectief materiaal, dit is materiaal waarbij de leerlingen zelf moeten verbeteren, wordt regelmatig ingeschakeld om leerstof in te oefenen en vaardigheden vast te leggen.

Sociogram

Het sociogram is een manier om in kaart te brengen hoe een (klas)groep in elkaar zit. Het sociogram geeft inzicht in de groepsstructuur van een klas op grond van gerichte vragen. Ze maakt een overzichtelijk beeld over de relaties en interacties in de klas en over de aantrekking en afstoting tussen de kinderen in de klas. Wie zijn populair in de groep? Met wie werkt men graag samen? Wie vallen buiten de groep? ... Een sociogram zorgt voor achtergrondinformatie voor de leerkracht. Ze dient niet om rechtstreeks in te grijpen, wel om er rekening mee te houden en op deze manier eventueel indirect er invloed op uit te oefenen.

Wil je meer weten over Freinet?

Misschien stel je je nu de vraag "Wie was Freinet?". Klik dan hier en lees een uitgebreid verslag over zijn leven.
Extra informatie vindt u op volgende externe links:

www.freinet.be
www.freinetschool.be
www.freinet.nl
http://www.fimem-freinet.org/
http://www.amisdefreinet.org/
http://www.icem-pedagogie-freinet.org/
www.freinetbewegingvlaanderen.be
www.digifreinet.be
http://freinetscholenblog.blogspot.com
http://delphine.lafon.free.fr/spip.php?rubrique1
http://www.icem-pedagogie-freinet.org/icem-info/une-histoire/freinet 
http://www.ordiecole.com/freinet.html
http://users.belgacom.net/PI-IP/IPteksten/TIP-archief/TIP_1_pp_48_51.pdf
http://web.educom.pt/pr2022/textos/FOury.htm
http://www.democratischeschool.org/article.php3?id_article=42

 

Terug naar boven

Terug naar startpagina

 

freinet archief kinderboekfreinet methodescholen Berchemfreinet kinderboek Berchemfreinet kinderliteratuur Berchemfreinet methodeschool kinderboekfreinet gastenboekfreinet startpagina zoeken

"Het Onvergetelijke Klasavontuur" is een realisatie van freinetschool De Kring te Antwerpen Berchem (www.de-kring.com).
Dit unieke kinderboek door en voor kinderen is een project dat gemaakt werd volgens de inzichten van Freinet en de institutionele pedagogie ( klik hier voor uitleg over hoe we werken in onze klas; klik hier voor uitleg over de persoon Freinet; klik hier voor meer externe links met extra info over Freinet ) .

-